is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN BRUGSCHE VROUW.

Men zegt, die zwarte mantel, dien gij draagt, Was reeds de kap der Nehalennia,

De schutsgodin der Zeeuwsche waatren, na Veel eeuwen uit den vloed weer opgedaagd.

Hoe toch die oude rouw zoo lief u sta?!

Hoe gij zoo lentefrisch daarmeê behaagt?!... De Meermin schonk u, d'uitverkoren maagd,

Dien talisman der jeugd: heur tooverwa.

En sinds vereeuwigde ook die kap uw schoon: Daarin, als appelbloesem, bloeit uw koon, En 't blauw der blikken lacht uit lokkengoud;

Een lucht van Zee verfrischt u steeds die kroon Der jeugd en hoop, en wie u dus aanschouwt, Gelooft dat nooit aan 't Meer het schoon veroudt!

12 October 1894.