is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat zien we ? ... Een slavenbroed in uwe beemden,

Ontzenuwd, zonder kracht of eer,

Den nekke plooiend onder 't jak der vreemden

En voor geen kaakslag wrokkend meer.

Te laf om zelf den last huns lijfs te dragen

Als 'tin geen kloeke keten hangt!

Om hunnen geest een stap te laten wagen,

Als hem geen Fransche kevie prangt!...

Zij zijn als wormen, die een lijk vervreten

En door verrotting voortgebracht!

Maar die, eerlang wel dik en rond gegeten,

Ook de verrotting weer versmacht!

III.

Nu zult gij, heeren, wel 't verwijt weêrleggen,

Getuigen van uw schuldloosheid;

In ronkend Fransch met groote woorden zeggen,

Dat u de rede alleen geleidt,

Dat gij de duisternissen wilt verlichten,

Waar we ons in kluistren blind of gek... En trachten 't pak u van den hals te lichten

Om 't ons te laden op den nek.

O! gij zijt sluw en zult ons wel bewijzen

Met meer of minder waarheidschijn,

Dat wij met taal en rede, op alle wijzen

Maar leiders van 't canaille zijn.

Dat, wel is waar, ons vaadren groote zaken

Verrichtten, waard te zijn befaamd,

Maar dat toch, om ze alom bekend te maken,

Onz' brabbeltale niet betaamt.

En ook dat wij het wat te verre drijven Met onze liefde van 't voorheen,