is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN EENE JONGE NON.

Gelijk de schuchtre duif, beducht voor wind en vlagen, In 't veilig woud ontvlucht het geurig bloemenveld, —

Gelijk het broze schip, dat onweer op ziet dagen,

Geen wonderstreek meer zoekt en naar de haven snelt, — Gelijk de reizer, wien de doornen langs de wegen Bezeerden bij den eersten stap, die op de baan Ellenden zag van allen aard en die verlegen,

Bevreesd den moed verliest om verder door te gaan, — Zoo werd uw hart ook bang voor 't woelen van dit leven,

Waar bitter lijden grijnst naast elke korte vreugd,

Gij vroegt niet wat geluk de wereld u kon geven

En zijt haar drang ontvlucht in 't bloeien uwer jeugd. — En hier in Godes huis, verblijf van vrede en ruste,

Waar 't aardsch gewoel versterven komt, als vóór de rots, Die pal staat in het zicht der vaderlandsche kuste,

Onmachtig nedervalt der golven wild geklots; —

Hier zijt gij heel den schat uws harten komen bergen,

Hier de beloften van uw volgend levensheil,

Hier alles, wat gij van de toekomst nog mocht vergen,

Hier, — vóór de vaart begint, — strijkt gij het blanke zeil. — Het offer is volbracht!... Mag 't wel een offer heeten,

Dat men de lelie pluk' voor haar het slijk bevuil',

Wanneer ze 't outer, rein, en van geen worm gevreten Versiert bij 't stijgen van de zilvren wierookzuil? —

Neen, alles wat in 't hart de moederzorg u baarde

Van deugden puur als goud en mild als englenlach,

En al de gaven vol beloften, hoog in waarde,