is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die vaders richtend oog zag groeien dag aan dag, En broederliefde en zustermin en al de droomen,

Zoo tooverachtig schoon in de eerste levenslent',

Wanneer de jonge ziel, pas uit haar knop gekomen,

Slechts nog het wonderspel der zonnelonken kent,

Al wat men in een bloem kan lezen, wat de zinnen

Bedwelmend opwekt in de geurge wandeldreef,

Al wat men voelt en denkt als 't dalend licht de kimmen

Ontvlamt, en men, in mijmring dwalend, buiten bleef,... Neen, heel uw jeugd, en al uw heil en al uw hopen

't Is niet te veel gebracht voor 't outer van den Heer,

Die u als bruid ontvangt, en voor zijn dienst herdoopen

En wijden laat en zendt zijn liefde tot u neer!

O neen! Uw deel is schoon, in ootmoed nederknielend

Voor 't beeld van eenen God, wiens min u maakte sterk. Des avonds als het spel van 't stervend licht bezielend

De beelden weemlen doet op 't kleurig raam der kerk, Terwijl de duisternis in breede panden dalend,

Van 't waslicht nauw doorstikt, de ruimte groeien doet, En 't ruischend orgel, steeds zijn diepe klacht herhalend,

Uit aardschen nacht verheft naar 's hemels gloor en gloed, — Dan zullen, als een vlucht van hagelblanke duiven, De droomen uwer ziel ontstijgen uit dien nacht,

Ver boven 't ruime blauw, waar wij de maan zien schuiven

Als langs een zee, die vonkt van zilvren sterrenpracht,

Daar, waar de ware dag zijn golven vrij laat vloeien,

Waar arme lust verdwijnt in liefdes vol genot, —

Daar zendt uw hart dan, als een offervat aan 't gloeien,

Zijn teerste walmen naar uw bruigom en uw God! —

Maar aan die zuivre min zal ijverzucht niet knagen,

Eenzijdige achterdocht verkrimpt haar straling niet,

Al mocht uw Jezus ook u al uw liefde vragen,

Hij schenkt ze u grootscher weer op onbeperkt gebied!