is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M IJ M E R I N G.

O! noem haar nutteloos noch ijdel De zoete mijmering, waar soms de ziel in zweeft! Zij is als 't wolkje rook, dat boven 't mosdak beeft Van 't hutteken in 't veld, bij speelzieke avondkoelte, Bescheiden sprekend, na de drukke middagzwoelte, Van heel de wereld, die daarbinnen leeft.

O! noem haar nutteloos noch ijdel Omdat de geest haar niet naar vaste zaken richt, Want als het nevelwaas, dat dartelt met het licht En boven 't landschap drijft in tooverende vlokken, En dat opeens tot zwangre wolk wordt opgetrokken, Zoo treft ook zij soms met een bliksemschicht.

Niets wat van 't harte komt is ijdel!

In stilte wordt daar al wat grootsch is voorbereid, Gij die maar knielen wilt voor droge werklijkheid, Gij kent de wording niet, trots al uw nutsbetrachten, Van 't doelloos droomen tot verlichtende gedachten, En van gedachten tot een heuglijk feit!