is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo brak ze ineen, voelend, voor kalmten ongestuim, pijnen van machtlooze woede,

en, op zijn hoogst, haar weekgezwollen zwoegenden trots

neerscheuren tot schuim.

Wijl nog haar oogen duister brandden

barstten de tranen de hoeken uit.

Zij hijgde, sidderde, en plots,

sloeg, met een schreeuw, haar handen

voor haar aangezicht, en, heengaand, snikte luid.

Tamar echter stapte naar de wasch, dan weer ter bron.

Last en laster droeg zij hoogelijk duldend,

bleef zoo den ganschen tijd het witte werk betrent.

Teer, tegen avond, zocht en vond de groote zon,

voor 't laatst de late stee verguldend,

de sterke vrouw naast Sjua in de tent.

DE KRANKE

Toen Tamar 's anderendaags Sjua kwam begroeten, vlood Dina, de jonggehuwde, haastiglijk uit de tent, nijdgrauw, het stijve koppeken hoog en afgewend, om toch maar stuursch te kijken bij dit leede ontmoeten. Sjua, zich oprichtend van de kleurige mat,

ijlde de binnentredende met blikken tegen en zachte zuchten. Waar heur hoofd had neergelegen wees zij een plaats en monkelde eerst wanneer zij zat.