is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat heeft, in al mijn treuren,

mij zekeren troost gebracht.

In rouw en last vertrouw ik vast

vernedering hoort bij God te gast.

Daarom, hoe rood de dagen kleuren,

rampspoed noch twijfel zal me scheuren

uit zijn gelelde en klaar geslacht. »

Tamar was, verrukt, rechtop gerezen.

Haar hand bleef zacht op Sjua's trillende hand.

Doch hare ziel verhoogde heel haar wezen

gelijk de morgenpracht de jonge hemelen spant.

De kranke blikte haar aan

zooals de moederzwaan

in blauw verheugen

het breede ruischen ziet

des jongen vogels, die opwaarts schiet

en vlerkensterk ter koene vlucht zal deugen;

en dacht: nog zal ik vroo zijn eer ik sterf.

Dat was een rein gebed waarbij geen lippe roerde.

Nooit had zij God zoo dicht nabij gevoeld; ook niet

toen Juda haar, jeugdschoon, van de heuvelen voerde,

in bruidstooi, uit haar vaders erf.