is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijn,

die uit lederen zakken stroomde.

en zelve stroomden in bekers. Tusschen de dronken

van het ruischend festijn,

lustig bij lustige meiden,

klapte Efer, de kale, woest in de handen.

Daar riepen de deernen elkander toe,

wuifden met late bloemen, bogen en reiden.

Hoog nu ging

voor de welriekende dansenden, over den vloer der grassen, het dol gedoe

der holle handtrommen, bommend in de passen ;

en, zoo de mond naar den wijnkus hing,

snel, op den beker der offeranden,

volgde de beker der zwijmeling.

Toen zagen de mannen het ongewoonste :

ter zonnezijde, waar zich jeugd en vreugd verdrong,

neergehurkt in haar roodomzoomde

veelverwig kleed,

der bruine vrouwen allerschoonste,

die niet lachte, die niet zong,

maar, zwaar van droesem en leed,

bij ledigen beker, droomde.

« Zilpa ! » riep Kesed. <t Zilpa ! » riep Efer luid.

En vóór haar voeten,

met gouden lonken en groeten,

met roze sprongen,

de reien gingen in, de reien gingen uit en zongen :