is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hij dacht :

ook hier komt morgen.

Maar kreupele Bethuël sneed uit sparrenhout de schacht

der speren, die hij zelf niet kon gebruiken

ter harde jacht,

en sprak : « Hoe oud

is Sjela ? Volgt hij, door de struiken,

den steenbok en het hert ? Draagt hij al baard ?

Ze zeggen hij is schoon en kroesgehaard,

een knappe knaap, wanneer hij, met zijn boog ter schouder,

tot zwaarderen stap gereed en wijden sprong,

ten boschweg hupt en vrouwen hangen,

rnet oogen en mond, aan zijne gangen.

Juda bestemt hem rijker bruid en zweert hij is te jong.

Te jong? Ei, wacht maar! Wordt hij ouder,

dan is zijn oudere te oud en koud naar zijn begeer.

Niet mansch, en jagen ! >> Honend lachte

Bethuël en kerfde een hoekige gedachte

diep in het hout der speer,

daar zijne hand op kromde. Tamar, spinnend,

luisterde in de smart der zware minzaamheid. Ternauwernood een wederwoord bezinnend,

bleef zij, voor beter woord, met beter woord bereid.

Doch Bethuël, herbeginnend,

liet niet los.

« Snippen, die den weiman betrouwen,

en den vos!»

Opziende, zocht hij een glimlach in den kring der vrouwen. Toen keek Nahor hem met booze blikken aan