is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar ze zelden wordt gezien.

Als de v/inden staan van sneeuwen,

en de wolken verder vliên,

zoo de zwarte raaf op den ceder zit

te schreeuwen,

een vreemde kilte

doorscheurt de stilte.

Dus was het den laatsten dag

dat Sjua in lijke lag,

en die van Hebron, talrijk als ten krijg,

door de onbekende spreien van den dalweg togen,

moeizaam ter begankenis.

Het blauwde boven hun hoofden. De vlokken, welke nog

[vlogen,

kwamen van den rotswand neer of van een aangeroerden

[twijg ;

maar de lucht bleef bijtend frisch.

Zij reden, een hooge stoet van forsche gestalten, met lang volgehouden ritten en korte halten,

op ezelen, die vastvoets trapten in de sneeuw.

Te midden zijne zonen, kleinzonen en doch teren, wemelend door elkander bij lochteren stap, zat Jacob oersterk als een eik vol knoesten.

Grijs kroesde nog zijn haar en over zijne borst breed woei

[de woeste

baard was van een eeuw.

Bijwijlen rende Sjela voor en toonde den knechten,

tusschen witte struik en heg

onder glinsterende boomen,

waar schijnpaden lokten, den echten