is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vreeselijk vlijmende gedachte die zij als doornendrang te weren trachtte

en die haar bijbleef als een wond die deugddoend rijt.

Smartelijk wreed,

gestreng, klonk thans de Stem van boven,

en galmde bangend door haar zieleleed,

als in een afgrond onder grond.

Afschuw voor haar komende besluit,

afschuw voor zichzelf vervulde haar.

Booze twijfel worstelde met haar gelooven.

Gejaagd schreed zij, in het avonduur, de hutten uit

en liep, om troost en sterkte, de wijding door der wouden.

Naar boven rezen, of ze hooger ruischen wouden,

pijnboom en cedersper.

Schoon, te eener opening, waar 't geboomte groener

[blikkerde,

in blauwen hemel stond de mane klaar.

Daaronder hing, vallend nog vast aan haar,

een enkele ster en flikkerde.

De stralen sneden Tamars zwaar gepeins door 't midden,

en schiepen licht.

Er overstroomde haar iets goddelijk sterks en reins

en zij moest bidden :

Een heilige lampe brandt

in 't zuiverst van mijn ziel,

alsof uit Jahwes hand