is toegevoegd aan je favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wandelde over glansend mos door lekend licht en schaduwbruin in 't bosch.

Oprijzend eindelijk uit het Godsbedwelmen der offerende overgave,

trok Tamar uit het woud en kwam in t veld.

Daar hoorde zij, bij nacht nog, het smeden van helmen spiezen en zwaarden, uit ijzer, dat den brave verharden moet tot held.

Tamar, geslagen, dacht aan krijg en hoopte vrede.

Om haar toch mocht geen strijd, met Juda s huis geen strijd !

Zwaar dreunde het hameren door tot aan haar legerstede.

Haar boezem klopte : 't is de tijd !

Sprak dit de booze? Of Jahwe?... Rust, ach ruste!

Daar was het of een geest haar oogleên kuste.

Zij sliep.

En droomend zag zij, op een sterken struik, terwijl zij putten ging, drie rozen wonderschoone.

Zoo liet zij af haar waterkruik,

moest eene plukken gaan.

Doch, nauwelijks raakte zij den bloemsteel aan,

of door haar vingeren viel de kroone.

Een tweede moest zij trekken,

wilde zij of wilde niet.

't Begon een angst te wekken

toen deze roze, welk,

haar roode bladeren liet

neervallen uit den kelk.

Er stond nog éene bloem. Die moest zij, moest zij plukken. De bloem hechtte aan den struik, die struik hechtte aan de

[bloem ;