is toegevoegd aan je favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij hielden aan elkaar als schoonheid aan haar roem. Zij, hard, bleef rukken.

De roos hield vast. Maar zie, na straf bemoei,

kwam gansch de struik tot haar en stond in bloei.

u_ J_ _i !_ i 1 1 i i

meieren vuciuc uc siapciiue een nana op naren scnoua een aanmanend geklop.

Haar ademhaling stokte, haar bloed kroop kouder ; en duidelijk hoorde zij de Stem, gebiedend :

Tamar, maak u op.

En zij ontwaakte.

De nasleep van den nacht was langzaam vliedend ;

en toen zij in de deur der tent ging staan, genaakte

het morgengrauw maar schaars den verren heuveltop.

Ln Tamar trok zich in haar kameren

terug, lei af de kleederen van haar weduwrouw,

en tooide zich als wie zich den verzameren

geil

en veil,

voor schandloon geeft tot vrouw.

Wat deed zij aan den lijve ?

Een linnen fijn als zijde.

Wat deed zij aan tot opperkleed ?

Een helrood doek ; de rand was breed.

Wat stak zij in hare ooren ?

Goudsierselen tot bekoren.

Hoe arm en voet omhangen ?

Met ringen en met spangen.

Waartoe ten hals dit parelen snoer ?

Dat is het kleinood van de hoer.

Waartoe die sluier, zwart en dicht?