is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« Zij neme het voor zich, dat wij misschien

niet tot verachting worden.

Want zie, ik heb den bok gezonden ;

gij echter hebt haar niet gevonden. »

En naar het pand werd niet meer omgezien.

ANGSTEN

Hogla, Serugs huisvrouw, sprak hem in het oor : « Waarom die krijg? Wat zou mijn liefde aan zegekransen en palmen hebben, aan trommen en aan schelle dansen, indien ik u verloor?

Maar gij denkt om uw zusteren meer dan om uw vrouwen . )> Serug sprak : « Dit woord zult gij berouwen. »

En van die stonde werd zij donker voor zijn aangezicht.

Maar vele melksters, zoo ze bij haar mannen zwegen,

schuwden Tamars zware wegen

en lazen onheil uit dier oogen schrikkelijk licht.

Want als boschbrand wisten zij de naaste dagen

roodgloeiend om een zaak die dof en duister.

Laag kroop, de tenten langs, een slanggetongd gefluister

door kwade tijdingen en vreemde vragen.

En booze harten, huichelend, hielden boos gericht.

Tamar nu, hard schijnend bij de menschen, eenzaam

[weende.

En telken dag, dien God verleende,

viel zij haar vader smeektnde te voet dat hij de wapeningen staken zoude.