is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de oude

sprak in starren moed :

« Wenscht gij dat ik boden sture

naar Adullam, en Juda bidde in de ure

dat hij, met zalvend woord, zijn God bedriegt en ons?

Wilt gij naar Sjela reiken, knielend op eiken knie,

dat Zilpa langs haar schouder glure

en op u nederzie ? »

Nahors oogen flitsten door het grauw gefrons

der ruige brauwen.

Tamar sprak in groot benauwen :

« Vraag Sjela niet ; vraag Juda niets. Ach, ruk

niet in den krijg om mijnentwil.

Spaar uwe mannen, spaar de moeders en de kinderen. »

Haar vader zeide : Zwijg stil.

Schandgeluk is murw geluk.

Zijt gij uit Nahor? »

En Tamar kon den rassen gang

van het noodlot niet verhinderen.

Zoo werd de dag haar doodelijk kort en lang.

En door de daverende stede gaande

zag zij mannen bestoven

en zwart bezweet,

met in hun aangezicht den weerschijn van den oven. Bethuël, in de spatten staande,

riep : « Tamar, kijk, zoo wordt de wraak gesmeed. » Zij echter zag niet om en schreed de helling af.

De waterputten,

waar Juda's vriend de kemelen te drinken gaf,