is toegevoegd aan uw favorieten.

Meivuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Bedrijf.

Een open dries in een Brabantsch dorp. Op den achtergrond een boomgaard, — appel- en kersenboomen in bloei, — gescheiden van het grasplein, dat den geheelen dries beslaat, door een breeden zandweg, die langs de huizen en, dwars door het gras, naar die huizen loopt. Een eenvoudig kapelleken op den hoek van den boomgaard; achter dezen, strooien daken, waarboven een kerkje zijn spits torentje opsteekt. (De huizen zóó zetten, dat de dries, dus de vrije ruimte tusschen die huizen, zoo groot mogelijk wordt. De dries is groen, doorsneden met wegeltjes).

De huizen verrijzen op vóór- en middenplan: één, links van' den toeschouwer, met het uithangschild "De Belle Zwaan"; één, rechts, begroeid met knoppenden wilden wijngaard en vóór de deur een steenen bornput; — een derde, overhoeks uitspringend achter het tweede, met een in 't midden openslaande deur tusschen twee groote, vierkante vensters met opschuivende ramen; een tuintje, waarrond een meidoornhaag, vóór een van die vensters.

Als de gordijn opengaat is het raam, links van de deur, opgeschoven. Daarachter ziet men Cis, den wever, op zijn getouw.

Even vóór zeven uur. De lucht is rood van de ondergaande zon.

Cis,

al wevende.

Het weverken zat op zijn weverstoel

en hij weefde er het wonderste linnen.

Maar wat hij ook insloeg, luid lachte de spoel: "Hij en kan er niet anders dan minnen ! "

Schietspoele, sjerrebekke, spoelza !

Djikkedjakke, kerrekoltjes, klitsklets !

"Hij en kan er niet anders dan minnen..."

En 't wever ken zong er: "Gij, bruidje fijn!

Ach! Wat hoor-de mij zingen noch weven...

Dit linnen, het moet er uw bruidskleed zijn... Ik verweef er mijn lust, mijn leven..."

Schiet-