is toegevoegd aan uw favorieten.

Meivuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Bo haalt uit een volkslied aan:

Het zal t'avond bale zijn,

en ik ga gemaskerd zijn met een blaze-vere.

Zie ook de Gock en Teirlinck, Kinderspel en Kinderlust, deel VII, bladz. 259-260.

Tromp, ook mondtromp, ja zelfs mondtrom geheeten, Duitsch Trumpff, Fransch guimbarde, Latijn crembalum. In Brabant, tusschen Zenne en Dender, en in Oost-Vlaanderen van Ninove tot Ronse, ten minste nog vóór een twintigtal jaren,overbekend. De smeden maakten zulke mondtrompen niet alleen voor de schooljongens, maar ook voor degenen, die, op Dertiendag, de drie Koningen zouden verbeelden. Zie van Dale, Woordenboek.

De Cock en Teirlinck, die het speeltuig in hun jeugd ook leerden kennen, volledigen van Dale's beschrijving aldus:

"De tong is veerkrachtig en ligt tusschen twee takken van een omgebogen ijzer; het uiteinde van de tong is rechthoekig omgekromd en het is dit vooruitstekend omgekromde deel, dat men, meest met den wijsvinger, trillen doet."

Zie ook Aldenardiana, van Edm. van der Straeten.

Men verwarre deze tromp niet met de destijds even populaire tremp. Deze is heel iets anders dan de tromp. Schuermans, in zijn Algemeen Vlaamsch Idioticon, zegt: "geringe, slechte viool," wat zeer onduidelijk is, al is 't ook juist. Een tremp is een viool, vervaardigd niet door een vioolmaker, maar door een leek, in casu een Brabantschen boer, Zij bestaat uit een holleblok of klomp, — als klankbodem, — verlengd met een voorstuk en bespannen met vier snaren.

De tremp bespeelde men niet gelijk de viool, maar met het onverlengde of bovendeel van den klankbodem op den knie, dus zoowat gelijk de cello.

Rommelpot of foekepot. Dit instrument, dat in tal van schilderijen van vroegere Hollandsche meesters is voorgesteld, o.a in een beroemd stuk van Frans Hals, beschrijven de Gock en Teirlinck in deel VIII

van