is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uwe Majesteit, de ongelukkige Philippa aan haren vader weder te geven, en ik verzeker u, dat eene onverbrekelijke trouw mij aan uwe kroon hechten zal. »

« En zal Vlaanderen de geëischte sommen opbrengen, en zult gij ons het noodige geld bezorgen, om de kosten, die uwe ongehoorzaamheid ons veroorzaakt heeft, te vergoeden ? »

« De genade, die Uwe Majesteit mij kan bewijzen, zal mij nooit te duur staan. Uwe bevelen zal ik eerbiediglijk volbrengen. Maar mijn kind, o koning, mijn kind I... » « Uw kind ? herhaalde Philippe le Bel twijfelend. Nu dacht hij aan Johanna van Navarra, die de dochter des graven van Vlaanderen niet gewillig zou loslaten. Hg dorst de goede ingeving zijns harten niet volgen; want hij vreesde den toorn der trotsche koningin Johanna te zeer. Willende derhalve aangaande deze zaak aan Gwijde niets stelligs beloven sprak hij :

« Welnu, de goede woorden van onzen beminden broeder hebben veel voor u gedaan. Heb goede hoop, want uw lot treft mij. Gij waart schuldig, maar uwe straf is bitter. Ik zal trachten ze te verzoeten. Nochtans belieft het ons heden niet, u in genade te ontvangen : verdere navorsching moet deze gewichtige zaak voorafgaan. Wij begeeren ook, dat gij in tegenwoordigheid van al de heeren, onze vazallen, uwe onderwerping doet, opdat zij aan u een voorbeeld nemen zouden. Ga en verlaat ons nu, opdat wij overwegen mogen, wat wij voor eenen ontrouwen leenman doen kunnen. »

Op dit bevel ging de graaf van Vlaanderen uit de zaal. Hij had het paleis nog niet verlaten, of het gerucht liep reeds onder al de Fransche heeren, dat de koning hem zijn land en zijne dochter zou wedergeven. Velen wenschten hem hartelijk geluk; anderen, die op de inneming van Vlaanderen hunne vooruitzichten van eerzucht gebouwd hadden, gevoelden hierover innige spijt. Echter, daar zij tegen den wil des konings niet op konden, lieten zij niets daarvan blijken.

Blijdschap en vertrouwen kwamen onder de Vlaam-