is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« Sire!» riep Johanna, « ben ik u dan dan niets meer, dat gij mijne vijanden dus, zonder mijn oorlof, in genade ontvangt ? Of heeft het verstand u begeven, dat gij deze Vlaamsche slangen tot uw verderf wilt koesteren ? »

« Mevrouw, • antwoordde Philippe le Bel met bedaardheid, « het zou u betamen, uwen gemaal en koning wat meer te eerbiedigen. Indien het mij belieft, den ouden graaf van Vlaanderen genade te verleenen, zal mijn wil geschieden. »

« Neen, » riep Johanna, rood van toorn, « het zal niet geschieden. Ik wil het niet, hoort gij, Sire ! ik wil het niet. Wat! zullen die muitelingen, die mijne ooms onthalsd hebben M, ongestraft blijven ? Zullen zij zich beroemen, ongestraft de koningin van Navarra in haar bloed te hebben gehoond P »

« De gramschap vervoert u, mevrouw, » antwoordde de koning; « bedenk met bedaardheid, en zeg mij, is het niet billijk, dat Philippa aan haren vader wedergegeven worde P »

Nu werd de woede van Johanna nog heviger.

« Philippa wedergeven P » viel zij uit. « Maar, Sire, gij denkt er niet aan. Dan trouwt zij met Edward van Engelands zoon; dan is uw eigen kind van die hoop verstoken. Neen, neen, het zal nimmer geschieden, dit verzeker ik u. En wat meer is,Philippa is mijne gevangene; het zal u aan macht ontbreken om ze uit mijne handen te krijgen. »

« Maar, mevrouw, » riep Philippe, « gij gaat u te buiten; denk, dat die hoogmoedige taal mij zeer mishaagt, en dat het mij vrijstaat u blijken mijner gramschap te geven. Mijn wil is de wil van uwen vorst. »

« En gij wilt Vlaanderen aan den trotschen Gwijde wedergeven? Gij wilt hem in staat stellen om u nogmaals den oorlog aan te doenP Deze onbezonnen daad zal u droevig naberouw verwekken. Wat mij aangaat, vermits ik zie, dat men mij zoo kleinacht, dat eene zaak, die mij zoo zeer aanbelangt, zonder mijn toedoen is besloten, zal ik naar mijn koninkrijk van Navarra wijken, en Philippa zal mij volgen ? *7