is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat zij ruim een half uur over dit onderwerp gesproken hadden, kwam meester de Coninc, hoofddeken der wolwevers, in de kamer van Adolf.

Een kolder van bruin wollen laken hing hem van den hals tot op de voeten; dit kleedsel, zonder sieraad of boordsel, verschilde oneindig van de fraaie kleeding der edelen. Merkbaar was het, dat de deken der wevers met inzicht allen zwier verworpen had, om zijnen lagen staat aan te toonen en alzoo hoogmoed tegen hoogmoed te stellen; want deze wollen kolder dekte den machtigsten man van Vlaanderen. Op zijn hoofd droeg hij eene platte muts, waar onderuit zijne haren eenen halven voet lang over zijne ooren vielen. Een gordel bracht de wijde vouwen van den kolder onder zijne lenden, en het gevest van een kruismes blonk aan zijne zijde. Daar hij een oog verloren had, waren zijne wezenstrekken niet zeer aangenaam. Eene bovenmatige bleekheid, beenige wangen en rimpels op zijn voorhoofd gaven aan zijn gelaat een diepzinnig voorkomen. Gewoonlijk kon men in hem niets bespeuren, dat hem van anderen mocht onderscheiden; maar zoodra iets bij hem meer kommer of belang opwekte, werd zijn blik doordringend en levendig; dan schoten stralen van vernuft en mannelijkheid uit het oog, dat hem overbleef, en zijne houding werd trotsch en grootsch. Bij zijn inkomen bezag hij als een wantrouwende vos de personen, die in de kamer waren, en wel bijzonderlijk meester Rogaert; want hij bemerkte in hem meer listigheid dan in de anderen.

« Meester de Coninc, » sprak Adolf, « gelief mij te naderen; ik heb u iets te verzoeken, dat gij mij niet weigeren zult, indien mijne hoop op u gegrond is. Maar gij moet mij eerst beloven, dat gij het geheim, hetwelk ik u ga vertrouwen, aan niemand zult openbaren. »

« De rechtveerdigheid en de gunsten des heeren van Nieuwland zijn onder de wolwevers nog niet vergeten,» antwoordde de Coninc ; « dienvolgens mag UEdele op mij als op eenen dankbaren dienaar rekenen. Nochtans, mijnheer, indien uw verzoek met de rechten des volks en der