is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« Meester, » sprak Machteld, « wilt gij mij iets beloven ?» .

« Ik u iets beloven, edelvrouw? Hoe vriendelijk spreekt gij toch tot uwen onwaardigen dienaar! Eene gedachte van u zij mij een heilig gebod, doorluchtige jonkvrouw ? »

« Wel, ik begeer, dat gij de rust met storet, terwijl uwe nieuwe vorsten hier zijn zullen. »

« Het zij zoo, » antwoordde Breidel met droefheid, « ik hadde liever gehoord, dat UEdele mijnen arm en mijn mes geëischt had. Maar wat niet is, kan komen. »

Dan boog hij nogmaals zijne eene knie voor de jonge Machteld en hernam :

« Ik bid en smeek u, edele dochter van den Leeuw, dat gij uwen dienaar Breidel niet vergetset,* indien gij ooit moedige mannen noodig hebt. Het beenhouwersambacht zal zijne goedendags en messen ten uwen dienste geslepen houden.» .

Het meisje verschrikte eenigszins bij dit bloedige aanbod ; maar de gelaatstrekken van hem, die het haar deed, behaagden haar zeer.

« Meester, » antwoordde zij, « ik zal mijnen heer «n vader, indien God hem mij wedergeeft, uwe trouw kenbaar maken; ik kan u slechts mijne dankbaarheid uitdrukken. »

Na deze woorden stond de deken der beenhouwers op en trok de Coninc bij den arm voort. Wanneer zij beiden de kamer en het huis van Nieuwland verlaten hadden, spraken de overblijvende personen nog lang over dit onverwacht bezoek.

De twee dekens in de straat zijnde, begon de Coninc :

« Meester Jan, gij weet, dat de Leeuw van Vlaanderen altijd de vriend des volks is geweest; diensvolgens is het onze plicht, zijne dochter als een heiligdom te bewaken.»

« Zwijg maar,» antwoordde Breidel,«de eerste Franschman, die haar wat links beziet, zal met mijn kruismes kennis maken. Maar meester Pieter, dat wij de poorten sloten en Johanna niet in de stad lieten, ware dit niet beter ? Al