is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Des avonds, langen tijd na het vertrek der gasten, was de koningin Johanna alleen met hare staatsjuffer in de kamer, waar zij slapen moest. Reeds had zij een goed gedeelte van het lastige plechtgewaad afgelegd, en was nog bezig met zich van al hare juweelen te ontdoen. De driftige beweging harer handen en de spijtige uitdrukking harer wezenstrekken gaven het grootste ongeduld te kennen. De staatsjuffer werd met bitsigheid toegesproken en al hare daden met gramschap berispt en beknibbeld; halssnoeren en oorbellen werden als nietswaardige voorwerpen hier of daar neergesmeten, terwijl morrende spreuken zonder ophouden uit den mond der vorstin vielen.

Een wit nachtkleed aangetrokken hebbende, liep zij in diepe bedenking heen en weer door de kamer, en het niet den minsten lust tot slapen blijken; hare vlammende oogen dwaalden halsstarrig rond. De staatsjuffer, die aan deze vreemde gebaren niets verstond, naderde de vorstin met eerbiedige beleefdheid en vroeg:

« Belieft het Uwe Majesteit nog langer te waken, en zal ik eenen grooteren kandelaar met meer waslicht

halen ? » . .

Onstuimig antwoordde de koningin :

« Neen! Er is licht genoeg. Gij verveelt mij door uwe lastige vragen. Laat mij alleen. Vertrek, zeg ik u! Ga in de voorzaal, en wacht mijnen oom de Chatillon. Hij kome

8P°eTerwijl de staatsjuffer op die barsche bevelen heenging, plaatste Johanna zich bij eene tafel en liet het hoofd op de hand nederzinken. In deze houding bleef zij gedurende weinige oogenblikken aan den hoon, die haar geschied was, denken. Opstaande, wandelde zij met haastige schreden de kamer op en af, en bewoog hare hand met felle gebaren. Eindelijk sprak zij met doffe stem :

« Hoe ? een klein en nietig volk zal mij, de vorstin der Franschen, durven hoonen! Eene trotsché vrouw zal mij de oogen doen nederslaan! Hoon! laster! »

Een traan van woede blonk op hare brandende wang,