is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« Mij is de vrijheid des volks dierbaarder dan het leven. Ik zal die schandelijke doodstraf zonder vrees onderstaan; want met mij sterft het volk toch niet. Er zijn nog mannen, die het juk niet meer gewoon zijn. »

« Dit is een droom, » hernam van Gistel. « Het rijk des volks is uit. Onder de beheersching der Franschen moet een onderdaan zijnen heer gehoorzamen. De voorrechten, die gij met geweld aan zwakke menschen hebt onttrokken, zullen overzien en ingekort worden; want gij wordt al te hoovaardig op de gunsten, die wij zeiven u bewezen hebben, en gij staat als ondankbare en verachtelijke dienaren tegen ons op. »

Een straal van toorn glom in het eenig oog van de Coninc.

« Verachtelijk! » viel hij uit. « Dit weet God wie van beiden, het volk of de verbasterde Leliaarts, verachtelijk zijn. Gij vergeet vaderland en eer, om als lafaards den meester te streelen; gij knielt met ootmoed voor eenen vorst, die den ondergang van Vlaanderen gezworen heeft; en waarom toch ? Om uwe dwingende heerschappij over het volk weder te krijgen : uit baatzuchtigheid! Ho, dit gelukt niet; want wie de vruchten der vrijheid eens gesmaakt heeft, walgt van uwe gunsten. Gij zijt immers de slaven der uitheemschen ? En denkt gij, dat de Bruggelingen de slaven van andere slaven zullen worden ? O, gij vergist u, mijne heeren. Mijn vaderland is groot geworden het volk heeft zijne waarde gekend, en u is de ijzeren staf voor eeuwig ontwrongen... »

« Zwijg, gij oproerige Laat! » riep van Gistel, « de vrijheid behoort u niet toe. Gij waart voor haar niet geschapen. »

« Die vrijheid, » antwoordde de Coninc, « hebben wij met het zweet onzes aanschijns en met het bloed onzer aderen gekocht. En gij zoudt ze te niet doen! >

Van Gistel glimlachte spottend op deze rede en hernam :

« Uwe woorden en bedreigingen zijn enkel rook, deken. Wij zullen van de Fransche benden gebruik maken,