is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet mogelijk hen tot het uitvoeren der bevelen te dwingen. Zoo haast de wethouders geweld tegen de burgerij gebruiken wilden, kwamen de schrikkelijke goedendags te voorschijn, en dan werden al hunne pogingen nutteloos; want de ambachten waren te machtig. Om nu eens en voor altijd dien lastigen hinderpaal uit den weg te ruimen, waren de Leliaarts met den landvoogd de Chatillon overeengekomen, dat men des anderen daags, heel vroeg, de burgerij zou overvallen en ontwapenen. De Chatillon moest op hetzelfde uur met vijfhonderd Fransche ruiters voor de poort staan. De Coninc alleen kon dit ontwerp, hoe verholen ook, ontdekken ; hij had daartoe geheime middelen, waarvan de Franschgezinden te vergeefs de springveeren gezocht hadden. De deken der wevers was listiger dan zij allen. Dit wisten zij en hadden hem gevangen, om alzoo dien vernuftigen beschermer aan het volk te ontrooven en het hierdoor grootelijks te verzwakken. Wat Brakels van den tegenstand der wevers had overgebracht, diende hun slechts tot dekmantel.

Nadat zij in dier voege door laffe aanslagen de stad Brugge aan de geldzucht der vreemden verkocht hadden, meenden zij te scheiden ; maar eensklaps vloog de deur der zaal open ; en een man drong met geweld door de deurwaarders. Hij naderde met trotschen stap voor de wethouders en riep:

« De ambachten van Brugge beroepen u, of gij de Coninc wilt loslaten, of niet! Verzint niet lang, ik raad het u!»

« Meester Breidel, » antwoordde van Gistel, « het is met geoorloofd in deze zaal te treden. Verlaat ze spoedig!»

« Ik vraag u, » hernam Jan Breidel, « of gij den deken der wol we vers wilt loslaten ? »

Van Gistel sprak zachtjes in het oor van eenen der wethouders, en dan riep hij:

« Wij antwoorden op de bedreigingen van eenen koppigen Laat met de straf, die zij verdienen. Dat men hem vange!»

« Ha ! ha! dat men hem vange ! » herhaalde Breidel