is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik mij aan uwe dolle woede blootgesteld, en alzoo zou het mij ook niets kosten, door de hand des vijands te sterven; maar het bewaren der perel van Vlaanderen is mij eene heilige zaak. Belaadt mij vrij met laster, hoont en bespot mij als eenen verrader; ik weet wat plicht ik te kwijten heb. Niets, hoe^ pijnlijk ook, kan mij aan dit' edel doel onttrekken; en ik zal u eens vrijmaken, al ware het tegen uwen dank. Dc herhaal het voor de laatste maal: het is onze plicht, wij moeten de stad overgeven. »

Wie gedurende deze korte aanspraak het gelaat van Breidel gezien had, zou verscheidene aandoeningen er op bemerkt hebben: spijt, woede, droefheid wisselden elkander steeds in hem af, en het was aan de wringing zijner handen zichtbaar, dat hij tegen zijne eigene driften worstelde. Op het oogenblik dat de spreuk: wij moeten de stad overgeven! nog eenmaal als een doodvonnis in zijn oor klonk, werd hij door innige droefheid getroffen en bleef eene korte wijl, als in gedachten onttogen, staan.

De beenhouwers en andere ambachtslieden heten hunne oogen beurtelings op de twee dekens gaan, en wachtten in plechtig stilzwijgen.

« Meester Breidel, » riep de Coninc, « zoo gij de oorzaak onzes ondergangs niet zijn wilt, geef dan ras uw jawoord. Ginds komt de wapenbode der Franschen terug; de tijd is reeds verloopen. »

Breidel rees eensklaps uit de diepe bedenking en antwoordde op droeven toon :

« Gij wilt het, meester ? Het moet zoo zijn ? Welnu, geef de stad over... »

Bij deze woorden vatte hij de hand van de Coninc en drukte ze met ontroering : twee tranen van innige smart rolden uit zijne blauwe oogen, en een doffe zucht ontsnapte hem. De twee dekens bezagen elkander met eenen dier blikken, waarin de ziel zich gansch vertoont. Zij verstonden elkander plotseling, en hunne armen strengelden zich in eene omhelzing te zamen.

Daar lagen de twee grootste mannen van Brugge, hel-