is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was. Wanneer de soldeniers met hunnen overste in de straat gekomen waren, ging Brakels stilzwijgend vooruit, en bracht hen door de duisternis tot in de Spaansche straat, bij de deur der woning van mijnheer van Nieuwland. Hier schaarden de soldeniers zich langs den muur en lieten geenen zucht uit hunne borst ontsnappen, opdat men hunne tegenwoordigheid niet mochte bemerken.

Meester Brakels deed den hamer der poort zachtjes nedervallen. Na eenige oogenblikken kwam eene dienstbode in den gang, en vroeg met mistrouwen wie zoo laat aanklopte.

« Doe ras open, » was Brakels antwoord, « ik kom van meester de Coninc, met eene haastige tijding voor vrouw Machteld van Bethune. Wacht geen oogenblik, want de jonkvrouw is in groot gevaar. »

De dienstbode, die verre was van verraad te vermoeden, trok de grendels weg en opende de deur met spoed. Maar hoe groot was hare verbaasdheid, toen acht Fransche soldeniers achter den Vlaming in den gang kwamen gedrongen. Een luide schreeuw galmde tot in de diepste zalen van het huis, en de dienstbode wilde zich door de vlucht redden; doch zij werd door mijnheer de Cressines hierin verhinderd, en moest stilzwijgend blijven staan.

« Antwoord mij zonder beven. Waar is uwe meesteresse, Machteld van Bethune?» vroeg de Cressines met bedaardheid.

« Het is reeds twee uren geleden, dat mijne vrouwe zich ter ruste begaf, en nu slaapt zij, » stamelde de verschrikte dienstbode.

« Ga tot haar,» hernam de overste, « en zeg haar dat zij zich kleede; want op staanden voet moet zij dit huis verlaten en met ons gaan. Wees gehoorzaam; het zou mij pijnen, geweld te moeten gebruiken. »

De dienstmaagd liep angstig de trap op en wekte de zuster van Adolf.

« O, vrouw ! » was hare uitroeping, « rijs haastig van uwe bedstede 1 Uwe woning is vol soldeniers. »