is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met korte gezegden op de vragen van Breidel, en ontvouwde hem het groote ontwerp der algemeene verlossing. Na gedurende een uur met lossen toom gereden te hebben, zagen zij de gescheurde torens van Nieuwenhove boven de boomen uitsteken.

« Dit is immers Nieuwenhove, waar de Leeuw zoovele Franschen verslagen heeft? » vroeg Breidel.

« Ja nog een halve mijl van het Witbosch. »

« Gij moet bekennen dat men onzen heer Robrecht niet beter kon doopen; want hij is een moedige Leeuw, als hij het zweerd in de vuist heeft. *

Eer Breidel deze woorden geëindigd had, waren zn ter plaatse waar de zwarte ridder de schakers der maagd had bevochten; zij zagen de bebloede lijken op de aarde liggen.

« Het zijn Franschen! » morde de Gomnc, nevens de baan voorbijrijdende. « Kom voort, meester, wij mogen ons niet ophouden. »

Breidel bezag dit ijselijk tooneel met blijdschap; hij dreef zijn peerd heen en weer over de uitgestrekte lijken en verplichtte het beest ze te vertreden. Op den roep van de Coninc gaf hij geene acht, en vertrapte het eene lichaam na het andere met eene wreede nauwkeurigheid. De deken der wevers moest tegen dank bij hem terugkomen. ..0

« Maar, meester Breidel,» riep hij, « wat doet gijr Om Gods wil, houd op! Gij neemt eene eerlooze wraak.»

« Laat mij doen, » antwoordde Breidel; « gij weet niet, dat het deze soldeniers zijn, die mij in het aangezicht geslagen hebben. Maar wat is dit? Luister! Hoort gij ginds in de puinen van Nieuwenhove geen geluid als de klacht eener vrouw? O welke gedachte! Zij hebben de jonkvrouw Machteld langs hier uit Male vervoerd...»

Op hetzelfde oogenblik sprong hij van zijn peerd, en, zonder het ergens aan te binden, liep hij uit alle kracht naar de puinen. Zijn vriend volgde hem na, doch Breidel was reeds op den voorhof van het slot, eer de Coninc van zijnen draver gestegen was. Deze gebruikte dan nog eenige