is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogenblikken om de peerden op de baan vast te maken. Hoe meer Breidel de puinen naderde, hoe klaarder hij de klachten der maagd hoorde. Dewijl hij den ingang der plaats, waar hij zich bevond, niet ras genoeg kon ontdekken, klom hij op eenen hoop steenen en zag door het venster in de zaal. Hij erkende Machteld bij den eersten blik : maar de zwarte ridder, die haar wilde omhelzen en tegen wien zij zich wanhopiglijk verweerde, kon hem slechts eenen vijand toeschijnen. Op deze gedachte trok hij de bijl van onder zijnen kolder, klom op den dorpel van het venster, en liet zich als een steen op den vloer der zaal vallen.

« Booze schaker! • riep hij den zwarten ridder toe, • eerlooze Franschman ! gij hebt lang genoeg geleefd! Gij zult niet ongestraft de handen op de dochter van den Leeuw, mijnen heer, gelegd hebben! »

De ridder stond als verstomd op die plotselinge verschijning en had de bedreiging van den deken met verbaasdheid aangehoord ; doch nadat hij zijne oogen van den beenhouwer op het venster had gewend, herstelde hij zich eenigszins en antwoordde :

« Gij bedriegt u, meester Breidel, ik ben een zoon van Vlaanderen. Bedaar, de dochter van den Leeuw is gewroken. »

Breidel wist niet wat te denken; hij trilde nog van toorn; maar de woorden des ridders, die in de Vlaamsche taal antwoordde en hem bij den naam kende, had macht genoeg om, hem te wederhouden. Machteld had zich geenszins bij de verschijning van Breidel verschrikt: in hare dwaling overtuigd zijnde, dat de zwarte ridder een harer schakers was, lachte zij met vreugde en riep :

« Dood hem! Hij heeft mijnen vader gekerkerd, hij wil mij bij de booze Johanna van Navarra voeren, de valschaard! Waarom wreekt gij het bloed uwer graven niet, Vlaming! •

De ridder bezag de jonkvrouw met smartelijk medelijden, en tranen borsten in overvloed uit zijne oogen.

« Rampzalig kind ! » was zijn zucht.