is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen het verbrijzelde huisraad; niets hoorde men dan de woedende kreten der soldeniers en het gehuil der rampzalige vrouwen. De plunderaars kwamen lachend uit de verwoeste woningen, de handen vol geroofd goud en vol Vlaamsch bloed! Wanneer eenigen, verzadigd van moord en buit, vertrokken, werden zij door de anderen, nog boosaardiger, opgevolgd, en alzoo bleven de Franschen eenen ruimen tijd aan dit schandelijk werk: de geheele reeks der euveldaden, welke een losgebroken krijgsknecht plegen kan, werd door hen uitgeput **.

In de woning van Pieter de Coninc bleef geen stuk geheel; de muren zeiven zouden niet recht gebleven zijn, indien de plunderaars den tijd niet tot meerdere misdaden hadden gespaard. Een andere hoop liep rechtstreeks naar het huis van den deken Breidel. In weinige oogenblikken werd de deur op den vloer geworpen, en twintig soldeniers traden vloekend in den winkel; zij ontmoetten niemand, alhoewel zij al de vertrekken doorzochten. De kassen werden gebroken, het goud en het geld geroofd, en dan alles tot gruis vermorzeld. Terwijl zij, afgemat en moede, met een boos genoegen op de puinhoopen staarden, kwam een hunner makkers de trap af en sprak :

« Ik heb iets op den zolder gehoord ; voorzeker schuilen er Vlamingen onder het dak. Ik geloof, dat wij daar eenen beteren buit vinden zullen; want het is denkelijk, dat zij hun geld met zich hebben. »

De soldeniers wendden zich met haast naar de trap; ieder wilde eerst de hand aan den roof slaan, maar de stem van hunnen makker weerhield hen.

« Wacht, wacht! » riep hij, « gij kunt er niet aan; de val van den zolder ligt tien voet hoog, en de ladder hebben zij opgetrokken. Maar dit is niets; ik heb eene ladder in den hof zien staan. Beidt een weinig, ik ga ze halen. »

Hij kwam weldra met het werktuig terug, en klom met zijne makkers naar boven. De ladder werd boven de val gerecht, en men poogde deze op te heffen : maar dit gelukte niet, wijl een sterke grendel hun belette ze te bewegen.