is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men in Frankrijk; en daar gij een natuurlijk onderdaan van den koning Philippe le Bel zijt, betaamt het u zijne bevelen te volvoeren. Maar wij zijn vrije Vlamingen en kunnen die schandelijke ketens niet langer dragen. Nu de landvoogd de wreedheid zoo verre gebracht heeft, verzeker ik u, dat er eerlang bloed bij stroomen zal vergoten worden, en indien het lot ons ongunstig ware en dat gij, Franschen, de zege behaaldet, dan zouden er u weinig slaven overblijven; want wij willen sterven. Echter, hoe het ook zij, dit is de oorzaak mijner komst, wat er ook gebeuren moge, zal geen haar van uw hoofd geraakt worden ; het huis, waarin gij u zult bevinden, zal voor ons geheiligd zijn: geen Vlaming zal zijnen voet over den dorpel uwer woning zetten. Ontvang daarop mijne verzekering. »

« Ik dank de Vlamingen om hunne liefde tot mij, • antwoordde de Mortenay, • maar ik weiger de bescherming, die gij mij aanbiedt, en zal er nooit gebruik van maken. Indien er waarlijk iets voorviel, zou ik mij onder de banieren van den landvoogd en niet in mijne woning bevinden, en zoo ik sterf, zal het met het zweerd in de vuist zijn. Maar ik geloof niet, dat het zooverre komen zal; want de oproeren zullen welhaast gedempt zijn. Gij deken, verlaat dit land spoedig; dit raad ik u als vriend. »

« Neen, mijnheer, ik verlaat mijn land niet; het gebeente mijner vaderen rust in dien grond. Ik bid u, overweeg, dat alle dingen mogelijk zijn, en dat het Fransche bloed door ons kan vergoten worden; maar dan moogt gij u mijner woorden herinneren. Dit is alles wat ik UEdele te zeggen had; ik wensch u vaarwel. God neme u onder zijne hoede ! »

De Mortenay overdacht de woorden van den deken met meer nauwkeurigheid, en bevond tot zijne groote droefheid, dat een schrikkelijk geheim er onder schuilde; hij besloot derhalve des anderendaags de Chatillon tot waakzaamheid aan te sporen, en zelfs eenige maatregelen voor de veiligheid der stad te bevelen. Niet denkende, dat hetgeen hij vreesde zoo haast moest gebeuren, legde hij zich te bed en sliep gerust.