is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienaar; dertig andere Franschen, die overgebleven waren, namen de peerden uit de stallen en bereidden zich om met hunnen veldheer te vluchten.

Wanneer ze allen gezeten waren, ging mijnheer de Mortenay met zijne dienaars in de straat, waar de beenhouwers lagen. Deze, niet denkende, dat men hen op eene andere plaats kon bedriegen, stonden op en bezagen met nauwkeurigheid, allen, die den stedevoogd vergezelden. Maar eensklaps werd de schreeuw : « Vlaanderen den Leeuw! Wat Walsch is, valsch is! Slaat al dood 1 » in eene andere straat aangeheven, en men hoorde de stappen van dravende peerden achter den hoek galmen. Met de grootste snelheid hepen de beenhouwers in verwarring en huilend, naar de plaats, waar het gerucht zich deed hooren, maar het was te laat. De Chatillon en van Gistel waren ontvlucht; van de dertig man, die hen vergezelden waren er twintig onder den voet geraakt; want overal, waar zij voorbijreden, vonden zij vijanden die hen aanvielen ; doch het geluk wilde, dat de twee ridders het ontkwamen. Zij vloden langs achter St.-Claren naar de stadswal en kwamen tot bij de Smedepoort; bier sprongen zij met hunne dravers in de vest en zwommen er met groot gevaar door; want de lijfknecht van de Chatillon verdronk met het peerd, dat hij bereed *6.

De beenhouwers hadden de vluchtende Franschen tot bij de poort gevolgd. Toen zij hunne twee aartsvijanden in de verte tusschen de boomen zagen verdwijnen, kwam de hevigste woede hen vervoeren; zij raasden van spijt: nu toch scheen hun wraak onvolledig. Nadat zij eenigen tijd als verstomd hunne oogen op de plaats, waar de Chatillon verdwenen was, gevestigd hadden gehouden, gingen zij van den wal en wendden zij zich onvergenoegd naar de Vrijdagmark. Op eens kwam een ander gerucht hunne aandacht gaande maken. Te midden der stad verhieven zich eene menigte verwarde stemmen, die bij poozen de lucht met lange en schaterende galmen vervulden, alsof een vorst zijne blijde inkomst vierde. De beenhouwers konden die zegepralende kreten niet verstaan : de stem-