is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het uitsluitelijk richtsnoer van het gemeentebest; zoo wijd is de heerschappij des vernufts.

Het Fransche leger was nu wel vernield, maar zeker mocht men zijn, dat Philippe le Bel nieuwe en talrijkere benden in Vlaanderen zenden zou om den hoon, hem geschied, te wreken. De meeste burgers dachten weinig aan deze schrikkelijke zekerheid; het was hun genoeg, nu vrij en vroolijk te zijn. Maar de Coninc deelde niet in die openbare vreugde; hij had het tegenwoordige reeds vergeten, om de toekomende rampen af te weren. Het was hem niet onbekend, dat de geestdrift en de moed des volks met de tegenwoordigheid des gevaars eindigen; ook deed hij alle moeite, om het denkbeeld des krijgs gedurig in de stad te doen heerschen. lederen ambachtsman werd een goedendag of een ander wapen gegeven, en de vendels werden opnieuw ingericht, met bevel om zich tot den strijd gereed te houden; het ambacht der metselaars begon de vestingwerken te herstellen, en in alle huizen der smeden was het verboden, iets anders dan wapens voor de gemeente te maken. De tol werd hersteld en de stadspenningen gelicht. Door die wijze maatregels deed de Coninc al de pogingen tot een doel strekken, en bewaarde zijne vaderstad voor die menigte onheilen, welke eene groote beroerte, hoe edelmoedig ook, altijd met zich sleept. Men zou gedacht hebben, dat het nieuwe bestuur van Brugge zich door lange jaren had bevestigd.

Onmiddellijk na de verlossing, en terwijl het volk den wijn der vroolijkheid in alle straten dronk, had de Coninc eenen bode naar het leger te Damme gestuurd, om de overige ambachtsheden en de vrouwen en kinderen in de stad te roepen. Machteld was met hen gekomen, en men had haar eene prachtige woning in het Prinsenhof aangeboden; doch zij verkoos het huis van Nieuwland, de plaats, waar zij zoo menig droevig uur had doorgebracht, waaraan al hare droomen waren gehecht. Hier vond zij in de goede zuster van Adolf eene teedere vriendin weder, in wier hart zij de liefde en de bangheid haars beklemden boezems storten kon. Het is zoo heilzaam voor ons, wan-