is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digen, dat er een bode oorlof verzocht om in hunne tegenwoordigheid te verschijnen. Zoodra het toelatende antwoord gegeven was, trad de bode in de kamer.

Het was een jonge hofknaap, een liefelijk kind, op wiens gelaat de onnoozelheid en de trouw te lezen stonden ; zijne kleeding was- van zwarte en blauwe zijde halflijfs, met allerlei zwierige versiersels. Op eenen kleinen afstand der vrouwen genaderd, ontdekte hij zich met eerbied en boog het hoofd diep en zonder spreken.

« Wat goed nieuws brengt ge ons, lieve knaap? » vroeg Machteld met vriendelijkheid.

Nu hief de jonge knaap het hoofd op, en antwoordde met zoete kinderstemme :

« Aan de doorluchtige dochter van den Leeuw, onzen graaf! Ik breng eene boodschap van mijnen heer en meester Gwijde, die op dit oogenbfik met vijfhonderd ruiters in de stad gekomen is 97. Hij laat zijne schoone nichte, Machteld van Bethune, van zijnentwege groeten en zal binnen weinige stonden zijne vurige toegenegenheid haar zelf bewijzen. Deze mijne boodschap zij u kond gedaan, edelvrouwe. »

Hiermede stapte hij met gebukten hoofde achteruit tot bij de deur, en vertrok.

De jonge Gwijde van Vlaanderen was volgens de belofte, die hij in het woud bij de puinen van Nieuwenhove aan de Coninc gedaan had, met de besprokene hulp van Namen gekomen. Onderweg had hij het kasteel Wijnendaal ingenomen en er de Fransche bezetting neergehakt. Insgelijks had hij het slot te Sijsseele tot den grond vernield ®8, omdat de kastelein een gezworen Leliaart was en den Franschen eene schuilplaats binnen zijne muren had verleend. De zegepralende komst van Gwijde vervoerde de Bruggelingen met blijdschap; in alle straten juichte de menigte met herhaalde kreten :

« Heil onzen graaf! Vlaanderen den Leeuw! »

Zoodra de jonge veldheer met zijne ruiters op de Vrijdagmarkt gekomen was, brachten de ouderlingen hem de sleutels, en alzoo werd hij als tijdelijke graaf van Vlaan-