is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veldheer geschikt. De grootste stilte heerschte onder de scharen ; de krijgsknechten vroegen elkander wel, wat er moest gebeuren ; maar dan spraken zij zoo zachtjes, dat niemand dan hun makker het kon hooren. Gwijde en al de andere ridders, die geene benden aangebracht hadden, waren in Kortrijk gehuisvest; het gansche leger stond reeds eenigen tijd op de beschrevene wijze geschikt, en er was nog niemand hunner gekomen.

Eensklaps zag men de banier van mijnheer Gwijde onder de stadspoort verschijnen; mijnheer van Renesse,14, die in afwezigheid des veldheers als opperbevelhebber bij het leger was, riep :

« De wapens op! Sluit aan! Richt de gelederen! Stil!»

Bij het eerste gebod van den edelheer van Renesse stelde elk zijn wapen in de behoorlijke houding; dan drongen zij zich meer opeen en richtten zich in effen lijnen. Nauwelijks was dit gedaan, of de ruiterij opende zich, om den veldheer met zijnen talrijken stoet in het vierkant te laten.

Vooraf reed de vaandrager met de baniere van Vlaanderen ; de zwarte Leeuw op het gulden veld rolde zich zwierig nevens het hoofd van het peerd, en scheen zijne klauwen als een zegeteeken aan de blijde Vlamingen te toonen. Een weinig er achter kwam Gwijde met zijnen neef Willem van Gulik. De jonge veldheer had een blinkend harnas, waarop het wapen van Vlaanderen kunstig was afgebeeld; zijn helm droeg eenen fraaien vederbos, die tot op den rug van zijn peerd nederviel. Op het harnas van Willem van Gulik stond een groot rood kruis; het priesterkleed viel onder zijn wapenhemd uit en daalde tot over den zadel; zijn helm was zonder veder, en zijne gansche uitrusting bloot en zonder versiersels. Onmiddellijk na deze doorluchtige heeren volgde Adolf van Nieuwland. Zijn wapentuig was zwierig : overal lagen vergulde knoopen op de bindsels van de uitrusting : de veder van zijnen helm was groen, en de ijzeren handschoenen, welke hij droeg, waren verzilverd. Onder uit