is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verschillende benden; en, terwijl elk zijn wapen met haast ophief, spanden de schutters hunne kruisbogen, alsof eenig gevaar hen bedreigde.

« De vijand! De vijand! » werd er geschreeuwd.

In de verte zag men een talrijk leger aankomen; duizende mannen zakten in dikke gelederen vooruit; men kon het einde er niet van zien. Men twijfelde echter sterk, of het de vijand was of niet, geen peerden volk er bij zijnde. Weldra zag men eenen ridder dit onbekend gevaarte verlaten en met vollen draf naar de legerplaats komen rijden; hij hing voorover op den nek zijns dravers in dier voege, dat men hem niet herkennen kon, alhoewel hij reeds zeer nabij was. Dichter nog bij het verbaasde leger gekomen zijnde, riep hij, terwijl hij gedurig naderde:

« Vlaanderen den Leeuw! Vlaanderen den Leeuw! Hier zijn de Gentenaars 1,8! »

Men herkende den ouden krijgsman; een vroolijk gejuich antwoordde op zijnen roep, en zijn naam klonk uit alle monden:

« Heil Gent! Heil mijnheer Jan Borluut! Welkom onze goede broeders! »

De Vlamingen, ziende, dat zulk een onverwachte bijstand, zulk een talrijk leger hun toekwam, waren van vreugde niet meer in te houden; de aanleiders moesten alles aanwenden om hen in hunne gelederen te doen blijven. Zij bewogen zich onstuimig en raasden van blijdschap als uitzinnig. Mijnheer van Borluut riep tot hen :

« Hebt moed, vrienden! Vlaanderen zal vrij zijn! Ik breng vijfduizend welgewapende en onverschrokken mannen. »

En dan antwoordden de opgetogen benden : « Heil! heil den held van Woeringen! Borluut! Borluut! «

Mijnheer Borluut kwam bij den jongen graaf, en meende hem met hoofsche spreuken te groeten; maar Gwijde zeide :

« Laat varen die spreuken, mijnheer Jan; geef mij de hand als vriend. Ik ben zoo verheugd, dat gij gekomen

21