is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de linkerzijde des veldheers zat Balthasar, koning van Majorka, een onstuimig en dapper krijger; ook kon men dit op zijne wezenstrekken genoeg zien; ja, het was niet mogelijk den stijven blik zijner zwarte oogen te verdragen. Eene wilde vreugd verhelderde zijn gelaat, omdat hij nu hoopte zijn rijk, dat hem door de Mooren ontnomen was, weder te krijgen. Nevens hem zat de Chatillon, gewezen landvoogd van Vlaanderen, de man, die als werktuig der koningin Johanna de oorzaak van al de gebeurde onheilen was; zijne schuld was het dat zoovele Franschen in Brugge en in Gent vermoord waren; hij was de oorzaak der verschrikkelijke menschenslachting, die nog moest volgen. Welke hoeveelheid wraakroepend bloed hing er niet boven het hoofd van dien dwingeland! Hij herinnerde zich, hoe de Bruggelingen hem, met schand beladen, uit hunne stad verjaagd hadden, en beloofde zich geene geringe wederwraak ; het scheen hem onmogelijk, dat de Vlamingen aan- de vereenigde macht van zoovele koningen, prinsen en graven wederstonden ; ook juichte hij reeds in zijn hart en toonde een blij gelaat.

Op hem volgde zijn broeder Gui de St.-Pol, niet min wraakzuchtig dan hij; dan kon men Thibaut, hertog van Lotharingen, tusschen de heeren Jean de Barlas en Renault de Trie bemerken ; deze was de Franschen met zeshonderd peerden en tweehonderd boogschutters komen bijstaan. Rudolf de Nesle, een braaf en edelmoedig ridder, zat nevens mijnheer Henri de Ligny, aan de linkerzijde der tafel; ongenoegen en droefheid schertsten zich op zijn gelaat, en het was zichtbaar, dat de wreede bedreigingen, welke de ridders tegen Vlaanderen uitspraken, hem niet behaagden. Te midden der rechterzijde, tusschen Louis de Clermont en den graaf Jean d'Aumale, zat Godfried van Brabant, die den Franschen vijfhonderd peerden had aangebracht "9.

Nevens dezen bewonderde men de groote gestalte van den Zeelander Hugo van Arckel; zijn hoofd stak boven de andere ridders uit, en zijn machtig lichaam gaf genoeg te kennen, hoe schrikkelijk zulk een strijder op het