is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vangen hebt; maar ik zeg u, dat ik er niet aan zal gehoorzamen, indien zij met de eer des ridderschaps strijdig zijn; de koning zelf heeft geen recht om mij mijne wapens te doen besmetten. En luistert, mijne heeren, of ik gelijk heb of niet: dezen morgen ben ik heel vroeg uit het leger gegaan, en ik heb overal de teekens der schrikkehjkste verwoesting gevonden. De kerken zijn verbrand en de altaren beroofd; hoopen lijken van jonge kinderen en vrouwen liggen in de velden en worden door de raven verscheurd. Is dit de handelwijs van eerlijke krijgers? Dit vraag ik u. »

Deze woorden gesproken hebbende, stond hij van de tafel op en hief een gedeelte van het deksel der tente omhoog. ....

« Ziet, mijne heeren, » hernam hij, m het veld wijzende, «laat uwe oogen in alle richtingen gaan : gij treft overal de vlammen der verdelging aan. De hemel is met rook bezwart; ginds staat eene gansche gemeente in brand. Wat beteekent zulk een oorlog ? Het is erger dan of de wreede Noormannen weergekomen waren, om de Wereld tot eenen moordkuil te maken! »

Robert d'Artois werd rood van toorn; hij bewoog zich ongeduldig in zijnen zetel en riep :

« Dit heeft te lang geduurd! Ik zal niet lijden, dat men aldus in mijne tegenwoordigheid spréke. Ik weet wat ik te doen heb. Vlaanderen moet geveegd worden; ik kan het niet helpen. Deze redekaveling mishaagt mij zeer, en ik verzoek mijnheer den Konstabel, zich niet meer in dier voege uit te laten. Hij beware zijnen degen zuiver; dit zullen wij ook doen. Immers kunnen de daden onzer soldeniers ons niet ter schande worden ? Laat ons derhalve dit spijtig gesprek eindigen, en dat ieder zijnen plicht betrachte. »

Hij hief zijne gulden drinkschaal omhoog en nep : « Op de eer van Frankrijk en de verdelging der muitelingen ! »

Rudolf de Nesle herhaalde: « Op de eer van frankrijk I » en drukte met inzicht op die woorden. Elkeen