is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den aanval op eene wijze, die met de krijgskunde niet overeenstemde, zoo waar is het, dat een al te groot betrouwen den mensch onvoorzichtig maakt.

Bij het aanbreken van den dag, eer de zon hare gloeiende schijf op de kim vertoonde, stonden de Vlamingen reeds in slagorde geschaard tegen de Groeningerbeek. Mijnheer Gwijde voerde het bevel over den linkervleugel en had al de mindere ambachten van Brugge met zich; Eustachius Sporkijn, met de heden van Veurne, stond in het midden der bende; de tweede schaar had mijnheer Jan Borluut tot aanleider, en telde vijfduizend Gentenaars; de derde schaar stond onder mijnheer Willem van Gulik en was uit de wevers en vrijlaten van Brugge gevormd; de rechtervleugel, die tegen de wallen van Kortrijk raakte, bestond uit de beenhouwers met hunnen deken Breidel en de Zeeuwsche laten ; mijnheer Jan van Renesse was over dezen bevelhebber. De andere Vlaamsche ridders hadden geene vaste plaats; zij gingen waar het hun goeddacht, of waar hunne hulp kon noodig zijn. De elfhonderd Naamsche ruiters werden achter de slagorde geplaatst; want men wilde ze niet gebruiken, opdat er geene wanorde onder het voetvolk kwame.

Eindelijk begon het Fransche leger zich ook te bereiden. Duizend bazuinen hieven te gelijk hunne scherpe tonen aan, de peerden brieschten, en de wapens klonken met zulk een ijsehjk gedruisch dooreen, dat de Vlamingen bij het naken van dit doodsgevaar met eene huiverige koude werden bevangen. Welk eene ontzaglijke wolk vijanden ging op hen storten! Voor die moedige mannen was dit niets, zij gingen sterven, dit wisten zij; maar hunne verlatene vrouwen en kinderen, wat zouden die geworden ? Ho, op dit plechtig oogenblik dachten zij allen aan hetgeen zij meest op aarde beminden. De vader werd met innige pijn gefolterd, nu hij zijne zonen den vreemden tot slaven laten moest; en de zoon zuchtte weemoedig bij de heugenis zijns grijzen, kranken vaders, die nu alleen ten prooi der dwingelandij blijven zou. In hen waren twee driften: de onversaagdheid en de angst.Wanneer deze twee