is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de wendingen van zn'n zweerd, welke steeds langzamer en trager werden. Het regende slagen en houwen op zijne uitrusting, hij voelde zijn vleesch onder het harnas gepletterd, en stuurde reeds der wereld een laatst vaarwel toe; want den dood zag hij voor zich, die hem wenkte.

Gedurende dien tijd was Gwijde achter de slagorde geraakt en van zijne bedwelming teruggekomen; met angst bemerkte hij den toestand zijns redders; en een ander zweerd vattende, kwam hij hem terzijde en begon opnieuw te vechten. Met hem waren nog eenigen der stoutsten toegesneld, en de Franschen werden nog tegengehouden, totdat er nieuwe vijanden, door den Nederlander gedrongen zijnde, de anderen kwamen helpen. De onversaagdheid der Vlaamsche ridders kon de Franschen in hunnen loop niet tegenhouden. De schreeuw: « Vlaanderen den Leeuw! » werd door eenen anderen vervangen ; nu waren het de Franschen, die riepen :

« Noël! Noël! Vooruit! Aan ons de zege ! Slaat dood die voetgangers. »

De Vlamingen werden overhoop geworpen en uiteengedreven ; ondanks de verwonderlijke pogingen van Gwijde kon hij den aftocht van zijn volk niet stuiten; want er waren wel drie ruiters tegen éénen Vlaming; de peerden stieten hen ten gronde of dreven ze met onweerstaanbaar geweld af. Dan kwam de wanorde onder hunne gelederen, en de helft des Vlaamschen legers moest voor den vijand vluchten; een groot getal werden verslagen, de anderen werden zoodanig verstrooid, dat zij den ruiteren geene tegenweer meer bieden konden en tot tegen de Leie door de Franschen werden vervolgd, alwaar er een groot gedeelte in het water verdronken ,M. Tegen den boord der rivier had Gwijde zijne mannen weder eenigszins in gelederen kunnen vormen; maar het getal der vijanden was te groot. De lieden van Veurne, alhoewel verstrooid, vochten met dolle wanhoop, het schuim stond op hunnen mond, en bloed liep overal langs hun lichaam af; en nochtans kon die heldenmoed hun niet te baat zijn. Zij hadden elk reeds drie of vier ruiteren verslagen, maar

24