is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovenmate hoog en sterk. Lange vlokken schuim vlogen om den mond van het machtige dier, en twee dikke ademwolken gingen blazend uit zijne longen op. De ridder had geen ander wapen dan eenen schrikkelijken marteel of wapenhamer, waarvan het staal op den gelen glans der vergulde uitrusting sterk uitloste.

De andere ruiter was een monnik met slechte uitrusting; zijn harnas en zijn helm waren zoodanig verroest, dat zij met rood geverfd schenen. Zijn naam was broeder Willem van Saaftinge184. In zijn klooster Ter Doest zijnde, vernam hij, dat men te Kortrijk tegen de Franschen ging vechten ; hierop nam hij twee peerden uit den stal en verruilde het eene tegen de verroeste wapenen, welke men op hem bemerkte; met het andere kwam hij nu aangerend, om in den strijd tegenwoordig te zijn. Hij was ook buitengewoon sterk van leden en onversaagd van hart. Een lang slagzweerd blonk in zijne vuist, en zijne oogen gaven genoeg te kennen, dat hij een vreeselijk kamper zijn moest. Hij had den wonderbaren ridder zooeven ontmoet; en, daar zij beiden dezelfde plaats bereiken wilden, waren zij te zamen voortgereden.

De Vlamingen wendden hunne oogen met blijde hoop naar den gulden ridder, die in de verte kwam aanrennen. Zij konden het woord « Vlaanderen » nog niet lezen, en konden niet weten, of hij een vriend of een vijand was ; maar in hunnen uitersten toestand droomden zij, dat God hun eenen zijner Heiligen onder die gedaante toezond om hen te verlossen. Alles kon hun dit doen gelooven ; zijne glanzende uitrusting, zijne buitengewone gestalte en het roode kruis, dat bij op de borst droeg.

Gwijde en Adolf, die zich te midden der vijanden verweerden, bezagen elkander met de grootste opgetogenheid : zij hadden den gulden ridder herkend. Nu scheen het hun, dat de Franschen veroordeeld waren; want zij hadden een vol betrouwen in de macht en de kunde van dien nieuwen krijger. De blikken, die zij elkander onderling toestuurden, zeiden :

« O, geluk, daar is de Leeuw van Vlaanderen ! »