is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selier, ook op den grond geworpen, om hem het hoofd te klooven; de Franschman smeekte om genade. Broeder Willem lachte spottend en hieuw hem achter in den nek, zoodat hij, van leven beroofd, met het aangezicht in het gestorte bloed viel. De Fransche heeren de Tarcanville en d'Aspremont werden door den hamer van den gulden ridder verpletterd157; Gwijde kloofde het hoofd van Benold de Longueval met eenen houw; Adolf van Nieuwland wierp Raoul de Nortfort uit den zadel. In weinige oogenblikken sneuvelden er meer dan honderd edellieden.

Mijnheer Rodolf I, heer van Gaucourt, de twee koningen Balthazar en Sigis, en nog zeventien uitgelezene ridders hadden zich langen tijd tegen de Gentenaars van Jan Borluut verdedigd. Toen de twee koningen met al de andere ridders reeds gesneuveld waren, en dat zijn peerd ook reeds gevallen was, stond Rodolf nog met eene wonderbare onversaagdheid te midden zijner vijanden. Hij verweerde zich behendig tegen de Gentenaars, en dreef ze met schrikkelijke slagen van zich. Eenen hoop van bij de veertig ridders ziende, liep hij te midden van hen; doch Jan Borluut vervolgde hem met een groot getal Gentenaars. De veertig ridders waren weldra verslagen, en nog verdedigde Rodolf de Gaucourt zich altijd even moedig. Door wonden en vermoeidheid afgemat, zonk hij ten laatste op de lijken zijner wapenbroeders neder, en de Gentenaars liepen toe om hem te dooden; maar Jan Borluut wilde den dapperen Franschman niet laten sterven; hij deed hem achter de slagorde dragen en nam hem onder zijne bescherming us.

Alhoewel de Franschen bij de voorste gelederen gedurende dit gevecht de nederlaag hadden, vorderde de Vlaamsche slagorde slechts weinig, vermits er altijd nieuwe vijanden kwamen toegeloopen om de gesneuvelden te vervangen.

De gulden ridder vocht als een echte leeuw aan den linkervleugel tegen eene gansche bende ruiters. Aan zijne zijde streden met evenveel moed de jonge Gwijde en Adolf van Nieuwland; deze laatste wierp zich gedurig