is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl de jonge Machteld haren vader in verrukking aanzag, hoorde men aan de voorpoort van het klooster een groot gerucht van verwarde stemmen. Dit duurde slechts eenige oogenblikken, en alles werd weder stil. Weldra ging de deur der cel open, en Gwijde, de broeder van Robrecht, trad langzaam en met verslagen gelaat binnen; hij naderde hem en sprak :

• Een groot ongeluk, mijn broeder, treft ons heden in eenen man, die ons allen dierbaar is; de Gentenaars hebben hem op het slagveld uit de dooden opgehaald en hier in het klooster gebracht. Zijne ziel zweeft op zijne lippen, en wellicht is zijn stervensuur nabij; hij vraagt om u nog te zien, eer hij de wereld verlaat. Ik bid u, mijn broeder, bewijs hem die laatste gunst. •

Zich naar de zuster van Adolf keerende, voegde hij er bij :

• Hij roept u insgelijks, edelvrouw. »

Eene zelfde klacht, een pijnlijke schreeuw ontvloog uit de borst der beide vrouwen. Machteld viel zonder gevoel in de armen haars vaders en scheen te sterven; Maria, zonder ergens naar te willen luisteren, sprong met hartscheurend misbaar naar de deur en verliet de kamer. Op dien noodkreet kwamen twee nonnen binnen en ontvingen de zwakke Machteld uit de armen van den gulden ridder. Deze zoende zijne dochter nog eens en wilde den stervenden Adolf gaan bezoeken; maar de jonkvrouw, die de oogen opende en zijn inzicht verstond, rukte zich uit de handen der nonnen, en zich aan Robrechts lichaam vasthechtende, riep zij :

« Laat mij met u gaan, o vader! Dat hij mij nog eenmaal zie. Wee mij! wat grievend zweerd gaat door mijnen boezem! Vader, ik sterf met hem; reeds voel ik den dood in mij; ik wil hem zien; haast u, kom, o kom ras! Hij sterft! hij, Adolf! »

Robrecht bezag zijne dochter met medelijden. Nu bleef hem geen twijfel over aangaande het gevoel, dat in het hart zijner dochter in stilte en langzaam zich geworteld had. Die zekerheid veroorzaakte in hem geene ont-