is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119. Het Fransche leger beliep tot boven de vijftigduizend man; het was nog sterker geworden en had onder zijne gelederen een groot getal Brabanders ontvangen, te midden van welke Godfried, oom van den Hertog van Brabant, zich deed bemerken. (Voisin).

120. Men zie hierna de lijst der ridders, welke onder het Fransche vaandel dood bleven; velen der Leliaarts zijn er in vermeld.

121. Mijn her Raneel, die Vlamine Wilde oec dienen den coninc

Hi wilde prijs bejagen na der macht Ende hilt onder Simpoels cracht.

(Spiegel Historiael).

122. Adela, dochter van Raoul de Nesle, was gehuwelijkt met Willem van Dendermonde, eenen der zonen van den ouden graaf van Vlaanderen.

123. De Vlaamschsprekende volken noemde men in het algemeen Dietsche, hetgeen nu door het woord Nederlandsch vervangen is.

124. Men bemerkte er nog den ridder Hugo van Arckel, bijgenaamd Butterman; bij eene reusachtige gestalte was hij begaafd met eene verwonderlijke lichaamskracht. Hij gebood over eene bende moedige wapenlieden en had in het eerst den koning van Frankrijk zijnen dienst aangeboden; maar alzoo hij te hooge betaling eischte, nam men zijn aanbod niet aan, en Butterman in eene onstuimige spijt ging over tot de zijde der Vlamingen, alwaar hij met groote vreugde werd ontvangen. (Voisin).

125. Niettegenstaande kon de hardnekkige tegenweer het kasteel van Kortrijk niet redden, te meer daar zij gebrek aan levensmiddelen hadden; waarom de kastelein, het middel gevonden hebbende om eenen bode naar den graaf d'Artois te sturen, hem dringend verzocht zonder uitstel ter zijner hulp te komen. (Voisin).

126. De verdeeling van het Fransche leger in tien benden, onder het bevel der ridderen, welke als aanleiders zijn vermeld, komt overeen met de historische beschrijving, die de heer Voisin er van geeft.

127. Ziehier hoe de Chronijke van Vlaenderen, te Brugge bij Andreas Wijdts, omtrent den jare 1725 gedrukt, zich in krachtigen stijl over de wreedheden der Franschen uitdrukt : « Het fransche volk, hetwelk met ongehoorde razerny geheel het ZuytVlaenderen soo doorliepen, dat er, van Douai tot Rijssel toe, nogte Huys, nogte Casteel, nogte Kerk, nogte boom te vinden was. Hetgene de hardneckigste Ketters tot nog toe noyt en hadden bestaen, scheen' hier onder de Franschen toegelaten. Zy en spaerden nog man, nog vrouw, nog kinderen. De beelden selfs, dewelcke sy in Gods kerken vonden, en die de gedagtenis der Heyligen van Vlaenderen voorstelden,'hebben sy heiligschendelyk doorsteken. De kloosters wierden verbrandt, de woningen versmoort, de maegden onteert, geschonden en mishandelt. Nogte men konde geen verschil maken tusschen dese hunne vervloekte ongebondentheyt en de vervolginge van het helsch gespuys ».

128. De graaf d'Artois kwam met het dikke van zijn leger en ging zich neerslaan op eene halve mijl van Kortrijk, op den berg van weelde, heden genaamd de Pottelberg, tusschen de Leie en de straat naar Swevegem. (Voisin).

129. Die van Ypre een groot deel

Lagen binnen ende hoeden den Casteel Tot XII hondert, wel te gereken Met swerten rocken gelike peke.

(Spiegel Historiael).

130. De Groeningerbeek, welke in dien tijd volgens de kronieken dertien voet breed was, is heden slechts eene geringe waterloop, die evenals de Gaversche beek uit de moerassige weiden der pachthoeve Vierschare ten akkere voortspruit.