is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van een reis naar de voornaamste centra van Slavistische wetenschap en Slavische cultuur, 25 April-3 Augustus 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevorderd; niemand ook heeft zoo talrijke connecties in alle Slavistische centra, niemand is zoo georiënteerd over den toestand en de ontwikkeling der Slavistiek aan de verschillende Universiteiten van West- en OostEuropa. Het spreekt dus wel van zelf, dat eenige langdurige gesprekken met Jagic een der hoofdmomenten van mijn reis zijn geweest. Behalve de persoonlijke kennismaking met den beminnelijken, kloeken grijsaard is er nog een meer speciale grond voor mij om me over dit bezoek te verheugen. De heer Jagic toonde een levendige belangstelling voor den nieuwen Slavistischen leerstoel te onzent en voor de wijze, waarop de eerste hoogleeraar, die dezen bekleedt, zijn taak opvat, en van die belangstelling gaf hij een bewijs, door den invloed, dien hij als lid der Balkankommissio?i bezit, aan te wenden om onze bibliotheek een gratis exemplaar van die uitgaven dezer commissie (die behoort bij de Weensche Kaiserliche Akademie der Wissenschaften) te bezorgen, die op Slavistiek betrekking hebben. — Van het Archiv fiir slavische Philologie, het centrale orgaan van deze wetenschap, waarvan thans de 36ste jaargang verschijnende is en dat sedert zijn oprichting in 1875/76 geredigeerd wordt door Jagic, hebben wij sedert eenige jaren een volledig exemplaar op de Leidsche Universiteits-bibliotheek, dank zij de ijverige zorgen van haar directeur en de royaliteit van prof. Uhlenbeck.

Behalve met Hofrat von Jagic maakte ik kennis met diens schoonzoon, prof. M. von Resetar, bekend door zijn diepgaande studiën van de Servokroatische taal; zijn sympathiek gezin heeft veel er toe bijgedragen om mijn verblijf teWeenen aangenaam te maken. Verder bezocht ik den tweeden Slavistischen professor, W. Vondrak; deze liet mij het Slavische Seminar zien, een bloeiende instelling, die bestaat sedert Jagic hoogleeraar te Weenen werd. Dit seminaar ontvangt 1200 kronen jaarlijks voor boeken; een derde deel hiervan gaat echter aan bindwerk weg. De lokaliteit is voor het tegenwoordige aantal studenten vrij bekrompen geworden: een zaal voor „Übungen" met een dertig plaatsen is nauwelijks groot genoeg.

Helaas mocht het mij trots herhaalde pogingen niet gelukken, den grooten historiograaf der Zuidslaven, prof. K. Jirecek, thuis te vinden. Wel ontmoette ik nog den graecist-taalvergelijker prof. P. Kretschmer en den romanist prof. W. Meyer-Lübke. Deze laatste heeft sedert korten tijd, evenals prof. Weigand te Leipzig, een Rumanisches Institut, dat door de Roemeensche regeering bekostigd wordt. Evenals zijn oudere zuster te Leipzig geeft ook dit Institut zijn Mitteilungen uit, maar op ongezette tijden. Het eerste deel, een lijvig boekdeel met talrijke interessante artikels (ten deele ook voor Slavisten van belang) is reeds verschenen.