is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van een reis naar de voornaamste centra van Slavistische wetenschap en Slavische cultuur, 25 April-3 Augustus 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maarde drietal taaifilologen, de professoren Jan Rozwadowski, Kaz.Nitsch en] Jan L~os, en de jongere krachten, die zich om hen scharen, en zooveel jonge niet-filologen, allen wedijverden met elkaar om mij aangenaam te zijn en mij te helpen.

Sedert een zevental jaren verschijnt te Krakau een mooi Slavistisch tijdschrift, de Rocznik Slawistyczny of Revue Slavistique, onder de redactie der drie bovengenoemde geleerden; ik hoop thans voor onze Slavistische bibliotheek te kunnen gebruik maken van de voordeelige condities, waaronder — gelijk prof. Nitsch me meedeelde—dit tijdschrift ter beschikking van vakgenooten wordt gesteld: zij betalen slechts 60% van den prijs.

Het belangrijkste Poolsche centrum van wetenschap is de Akademia Umiejetnosci (Akad. v. Wetenschappen) te Krakau. De in 1910 verschenen catalogus, die al haar uitgaven vermeldt vanaf het jaar der oprichting (187 3) tot 1 Juli 1909, is een boek van 252 pagina's, en in de laatste jaren zijn er nog heel wat nieuwe publicaties bijgekomen. De secretaris, prof. B. Ulanowski, met wien ik een lang onderhoud had, deelde mij mee, dat de Krakausche Akademie al haar uitgaven voor den halven prijs afstaat, en zoodra we het geld er voor beschikbaar hebben, zal het aanbeveling verdienen, alle uitgaven der Philologische Sectie, voorzoover die nog te krijgen zijn, onder deze gunstige voorwaarden voor onze bibliotheek te verwerven. Ik sprak met den heer U. af, dat ik vier weken later, als ik weer Krakau passeerde, een lijst zou samenstellen van de voor ons gewichtige publicaties der laatste vijf jaren. Hier kon niets van komen, doordat begin Augustus de oorlogstoestand een overijlde vlucht noodzakelijk maakte, 't Zal echter geen moeite kosten, later deze gegevens langs anderen weg te verkrijgen.

5 Juli—1 Augustus, Zakopane.

De laatste weken van mijn reis bracht ik door ver van alle bibliotheken en akademies, in de Poolsche Tatra. Dat ik juist deze streek voor zoo'n langdurig verblijf uitkoos, had zijn redenen. Het komt mij voor, dat een Slavistisch professor in Nederland niet beter kan doen dan behalve aan Oudbulgaarsch (de voor taalphilologen belangrijkste Slavische taal) vooral zijn aandacht te schenken aan Russisch en Poolsch en de volken, die die talen spreken. Immers dit zijn twee groote naties, typische vertegenwoordigsters van een geheel verschillende kuituur: de Polen zijn van ouds een Europeesch kuituurvolk geweest; Rusland, dat zijn religie en beschaving