is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het halsterkoord waarmee het dier steeds aan zijn krib gebonden stond. Daar begonnen alle bei zijn handen vreeselijk te beven er* zijn oogen spalkten zich, als van gruwel, wijd open. Dat koord dat koord was doorgesneden en hing als een slap, kort stokje langs de krib Z,ijn mooie melkkoe was gestolen... gestolen... gestolen! Hij nep het woord in waanzin uit; hij liep er als een gek mee rond zijn ert; hij herhaalde het schreeuwend, snikkend, jammerend op alle tonen: gestolen! gestolen! gestolen!... hij brulde het in 't aangezicht van zijn vrouw, die angstig in de duisternis naar hem toegeloopen kwam; hij ging het uitgillen in de buurt, van huis tot huis, van hoeve tot hoeve, tot zijn erf weldra vol menschen stond, die om den stal heendrongen, als om de plek waar een moord is gepleegd.

De dageraad was langzaam opgeklaard, opaalgrijs in 't mistig zonnegloren van een bladstillen herfstochtend met roziggoud over de kruinen van de boomen; en ineengekrompen naast zijn haard zat Dons van wanhoop te beven en te schreien, terwijl de nieuwsgierigen steeds om den stal opdrongen en daarna even binnenkwamen om er meer van te hooren en zoo mogelijk. Dons eenigen moed in te praten.

voelden allen sterk en solidair de misdaad; het was of zij er allen rechtstreeks door getroffen werden. Wat heden bij Dons gebeurd was kon morgen bij een van hen voorvallen; en zij uitten woeste verwenschingen; zij zouden de misdadigers, als ze die ooit te pakken konden krijgen, levend van elkaar willen scheuren. Dons, door de ramp als t ware verpletterd, kon geen woord meer uitbrengen. Hij bleef daar somber-roerloos zitten, met zijn starende oogen vol tranen en alleen zijn adem hijgde kort en zwoegde, alsof hij een overweldigende hchaams-inspanning had gedaan. Zijn vrouw, daarentegen, herhaalde omslachtig voor al wie binnen kwam, het gruwelijk verhaal: hoe Dons als naar gewoonte om vier uur was opgestaan, hoe hij zich had aangekleed en 't licht ontstoken; hoe zij hem de voordeur had hooren ontgrendelen en langs het plankier naar den koestal toegaan; en hoe zij kort daarop zijn wilde gillen had gehoord die haar, als 't ware krankzinnig van schrik, hadden doen naar buiten hollen. Zij begon doorgaans haar verhaal met betrekkelijke kalmte, maar zij wond zich meer en meer heftig op onder het vertellen der schokkende incidenten en eindigde telkens in een wanhopig en verwarde