is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnt te bekruipen, een overlijden of geboorte aangeven; soms liep de secretaris zelf even buiten, een offcieel stuk of een brief in de hand, die hij, met de kleine stapjes zijner korte beentjes, in het postkantoor ging bezorgen.

Om tien uur verscheen de dorpsveldwachter. Het was een lomperd van een veertigtal jaren, oud-soldaat, groot, rood, onbeleefd. Hij deed de boodschappen van t secretariaat; hij deelde ook de praatjes van het dorp mee, op een ruwen, sturen toon, of hij de gansche wereld minachtte. Om elf uur kwam de burgemeester, baron de Villermont de Wilde. Deze was ook groot en struisch, van een vijftigtal jaren, een kloek aristocratisch gelaat met kortgeknipt, gespikkeld haar en zwaren, zwartgeverfden knevel. Zijn linkerbeen was stram van rheumatiek, wat zijn gang moeielijk maakte, zonder aan de deftigheid van zijn voornaam voorkomen te schaden; en zijne stem, zwaar van klank, was een weinig stamelend, vooral wanneer hij Vlaamsch moest spreken, dat hij maar zeer gebrekkig kende. Hij rookte onophoudend zeer zware sigaren, die in de duffe zaal aristocratisch geurden, en zijn eenig werk bestond in 't onderteekenen der officieele stukken, tenzij er eene zitting van den gemeenteraad belegd was. Dan kwamen ook beurtelings al de andere raadsheeren aan: voor het meerendeel oude rijke boeren met versch geschoren, gerimpelde, als het ware gelooide aangezichten, stijf op hun kromme beenen, den ruigrooden hals als geworgd onder het snoer hunner drie-of-vierhaal omslingerende zwart-zijden dassen. Langzaam, met het getrappel eener gedweeë kudde, volgden zij den breedgeschouderden, stram-vooruitschrijdenden burgemeester in de raadzaal naast het secretariaat, op hun beurt gevolgd door meneer Ongena en door Remi, die paperassen en registers droegen.

Allen gingen zitten, de burgemeester in een zetel, de overigen op stoelen, en de zitting begon. Het proces-verbaal der voorgaande vergadering werd door den secretaris met een eentonige stem voorgelezen, en door den burgemeester goedgekeurd. Daarop werden de zaken, aan de dagorde, besproken. De burgemeester voerde 't woord, gaf zijn inzichten te kennen, welke al de leden met een eerbiedige eenstemmigheid, met een slaafsche onderwerping in de oogen, goedkeurden. Soms haperde hij wat met zijn woorden, kon hij in 't Vlaamsch zijne gedachten niet goed uitdrukken. Dan wendde hij zich tot meneer