is toegevoegd aan je favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwart, gebraden gevogeltje dat stonk, leelijke roode beesten met reusachtige grijpers en haar onder den buik. Een der boeren, een oude grijze, zonder tanden, had, op een gegeven oogenblik, eene brok kurk in den mond. Zoo kwam het hem ten minste voor. Onthutst staakte hij het kauwen, sloeg de oogen op, ontwaardde, aan het uiteinde der tafel, den schoonen zwarten jongeling, die hem met frank-blinkende oogen aanstaarde, en de sierlijke jonge dames die weerom lachend het aangezicht half achter haar servet verborgen. Beschaamd, met het duister bewustzijn dat hij voor den gek gehouden word, slikte hij het stuk in, nam er een tweede op zijn vork, at het insgelijks op. Een dof geknal smoorde het luider gelach der jonge meisjes; de dienaars, ijverig rond de tafel loopend, schonken de schuimende champagne in de bekers. Mijnheer de pastoor van Wilde stond op met zijn glas in de hand, bracht een heildronk uit op de gezondheid van den hoogedelen heer baron de Villermont de Wilde en zijn hoogedele familie. Een hoezee weerklonk, begeleid door aristocratisch kristalgerinkel; de boeren klapten dof in hun vereelte handen.

Maar, ondanks al hun schuwheid en ontsteltenis, sloegen zij toch ter sluiks den secretaris en zijn bediende gade. De eerste, het aangezicht neerslachtig, at bijna niets, sprak weinig. De tweede, gansca aan het uiteinde der tafel gezeten, slikte de spijzen in. De akelig starende oogen in zijn bord gevestigd, de puistige, ingevallen wangen op en neer slaande, gelijk de blaasbalgen eener smids, at hij, verslond hij al wat hem voorgedischt werd. Zijn bord was altijd leeg, zijn glas gestadig droog; en nu ontdekten de boeren eenmaal op heeterdaad, handtastelijk, de snoodheid van den secretaris.* de maag van den rampzaligen jongeling klaagde onweerstaanbaar haren nood; zelfs de plechtigheid der plaats en der omstandigheid vermocht het niet zijn wilden honger in te toornen. Tot driemaal toe, terwijl aller oogen op Remi en op den beschaamden secretaris gevestigd bleven, zond de schoone zwartharige jongeling, die er zich ten hoogste om scheen ie vermaken, een knecht met een boordevolle schotel naar den uitgehongerden commies, die zich telkens weer bediende en de spijzen verslond. 't Was een erbarmenswaard en schandelijk schouwspel; de boeren voelden in hun binnenste een verontwaardiging stijgen, welke later zou uitbreken, als zij buiten 't kasteel zouden zijn.

Na het nagerecht stonden de dames op en verlieten de zaal. Zoo-