is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dra zij weg waien hoorde men achter de deur een uitbarsting van scherp gelach. Weldra verliet de baron insgelijks de tafel en allen volgden hem in den salon, waar de koffie uitgeschonken was in kleine kopjes, behalve de schoone, zwartharige jongeling,die achter de dames verdween. De boeren, tot barstens rood en opgeblazen, de beenen stram van 't lange zitten, en den stap onzeker op 't mollige tapijt, waar hun grove schoenen zich indrukten, dorsten schier de delicate kopjes van het presenteerblad niet nemen, en bijna allen weigerden suiker en room, onbekwaam zich met hun grove vingers van ploegers daarvan ordentelijk te bedienen. De baron zelf ging rond met het kistje sigaren, zijn hooge gestalte een weinig gebogen, aristocratisch trekbeenend van den eenen boer naar den andere, telkens herhalend, met zijn zware stem, welke de ook in zijn mond reeds stekende sigaar nog duisterder maakte: gallons, Vos, pak maar; allons Verhey rook de sigaar»; en, toen het glaasje likeur gelepperd was en men een weinig over de belangen der gemeente had gesproken, stonden de pastoor en de onderpastoor op om afscheid te nemen.

Dit was steeds het sein van den algemeenen aftocht. Eén voor een kwamen de boeren schuw de hand drukken van den baron, die, van zijn kant, langzaam naar het midden van den salon vooruithinkte, als om hen naar de deur te drijven. Zij die gegroet hadden, wachtten even in een hoek der kamer tot de anderen er ook mee klaar waren; en dan opende de knecht de deur, leidde hen als een kudde door de vestibule, tot op de stoep.

Versbijsterd door de koude buitenlucht, t gelaat purper, de oogen waterig van indigestie, bleven zij er een oogenblik, als verloren, trappelen. Toen daalden zij de treden af, gingen rond den gazon en den ■vijver, verdwenen in de lange beukendreef.

Het was vier ure. De zon stond laag op den gezichtseinder, verdwenen achter een chaos van grijze, roodrandige wolken.

In de pijlrechte, majestatische beukenallee vol bruine bladeren op de grasstrooken, welke den grintweg voor rijtuigen bezoomden, stapten de boeren in groep naast elkaar. De secretaris, het puntbuikje