is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen was, moest hij nog eens, doch nu van zalige ontroering even tegen den muur van de gang gaan aanleunen, net als hij gedaan had op dien onvergetelijken avond van hoon en schande, toen het volk hem langs de straat had uitgejouwd. Gansch bleek van ontsteltenis verscheen hij in het keukentje, zei tot zijn zuster, in telkens door

zijn hijgen afgebroken woorden: t

« Adelaïde;... 't es gedoan... den hoat van t volk es over... de meinschen saleweeren mij weer... den ontvanger hè mij gevroagd o ik weere kome koarten in het Gouden Zulleke.»

Het was geen hersenschim, geen bedriegelijke illuzie. De menschen hadden hem nog, hadden hem weer lief; men groette hem meer en meer vriendschappelijk, en telkens nu als hij naar het kantoor ging of er van terugkeerde, verscheen de baas van 't Couden Zulleke, die destijds uitdagend hem den weg versperd had, op den drempel zijner herberg en groette hem diep, met de pet af en een klinkend « dag meneer de secretoaris » als om hem tot verzoening en terugkomst aan te moedigen. Ook de dokter, die erge spotvogel, was geheel veranderd. Op een morgen bleef hij vriendelijk-glimlachend in het midden der straat vóór het venster van t kantoor stilstaan, wekte door een gefluit meneer Ongena's aandacht op, riep met luider stem, in 't Fransch, terwijl hij in de richting van het Couden Zulleke de hand uitstak: « a ce soir, secrétaire?» Geen uur later was het de beurt van den gepensioneerden schoolmeester, die insgelijks, alhoewe zonder te spreken met herhaalde hoofdknikken zijn vriendschap betuigde en een niet twijfelachtig wenkteeken maakte naar hunne gewone herberg; en nog dienzelfden dag zag hij Siedje Kneuvels m de straat voorbijgaan, die hem heel liefjes van verre groette, met een ingetogen glimlach van haar mondje en een straal van dankbaarheid

in haar zoete blauwe oogjes.

Alsdan, ondanks den angst en het wantrouwen die nog ietwat in hem overbleven, kon de secretaris aan de te groote verzoeking toch niet langer weerstand bieden. Daar was een geheim dat moest op0e klaard worden. Waarom had men hem als een uithongeraar uitgescholden? Waarom kreeg hij nu de sympathie der inwoners zoo m:ld .terug? En waarom bovenal nog steeds dat air van vroohjk-ondeu-